Gehoord: Vrijdag 25 juli 2025, Koninklijk Theater Carré in Amsterdam
Zelfs voor het publiek dat niet per se ‘s nachts wakker gemaakt wil worden voor het genre ‘musical’ maar liever naar opera of oratorium gaat, heeft Koninklijk Theater Carré een onverwachte verrassing op de planken gezet. Hadestown, de internationale hitmusical van singer-songwriter Anaïs Mitchell, is neergestreken in Amsterdam en laat een verpletterende indruk achter. Naast de pakkende muziek en de sublieme vertolking is het vooral het genre overstijgende van deze voorstelling waardoor het een plek verdient binnen het domein van het muziektheater met een hoofdletter M.

Orpheus & Euridice
Het opvallend jonge en diverse publiek schrikt kennelijk niet terug voor zo’n oude Griekse tragedie. De jonge zanger Orpheus die zijn geliefde uit de onderwereld probeert te redden, heeft componisten en schrijvers al eeuwenlang geïnspireerd, van Monteverdi tot Gluck, van Rilke tot Cocteau. In 2010 voegde Anaïs Mitchell zich in dit illustere rijtje. Aanvankelijk met een conceptalbum dat via een off-Broadway productie in 2019 transformeerde tot een volwaardige Broadway musical, bekroond met acht Tony Awards en een Grammy.
Het onderscheidende van Mitchells versie is niet alleen de muzikaal-lyrische finesse, maar vooral de gelaagde vertaling naar het nu. Orpheus, de dromerige idealist die met zijn liederen de wereld wil helen en Eurydice die als jonge vrouw moet kiezen tussen armoede en veiligheid – ofwel: leven in onzekerheid met Orpheus, of een leven in zekerheid in de onderwereld van Hadestown; een wereld als industriële ‘werkhel’, vol fabrieken, rook en gesloten grenzen. Met poëtische eenvoud raakt Mitchell hier aan actuele thema’s als klimaat, migratie en economische ongelijkheid, zonder de archetypische kracht van het verhaal uit het oog te verliezen.
De voorstelling is een coproductie tussen Koninklijk Theater Carré en het originele creatieve team van Hadestown. De internationale cast, die de voorstelling met een intensiteit en souplesse die je zelden in het musicalcircuit tegenkomt, brengen, wordt live begeleid door een zevenkoppige band, onder leiding van George Francis. De muzikale signatuur kan worden omschreven als een onweerstaanbare mix van folk, jazz en blues en blijft daarmee trouw aan de oorspronkelijke Broadway versie.
De Cast
De God Hermes, op hoog niveau ingevuld door Claudia de Breij, opende de avond. Haar rol wordt in een deel van de voorstellingen gespeeld door Maarten Heijmans. De Breij introduceerde de personages, waaronder haar beschermeling Orpheus. De vertolking van Orpheus door Jeangu Macrooy was indrukwekkend. Zijn etherische falset en oprechte spel balanceerden tussen naïviteit en bezieling, tussen menselijke hoop en artistieke overgave. Eurydice, gespeeld door Sara Afiba, was krachtig, getormenteerd en helder van stem. Haar personage blijft hangen als een echo van wat verloren gaat als de angst het wint van de liefde.
De indrukwekkende bas van Edwin Jonker, in de rol van Hades, deed de laatste rijen in Carré trillen; zijn controlerende dictatuur was beklemmend, maar niet zonder charme. Zijn vrouw Persephone (Joy Wielkens) bracht warmte, humor en melancholie in gelijke dosering, met een jazzy stemgeluid dat aan oude bluesdiva’s doet denken. De drie Fates – het koortje dat Eurydice’s keuzes bekritiseerden en begeleidden – sponnen loepzuiver en vol venijn hun weefsel.
Muziek die leeft, ademt en schroeit
Muzikaal laveert Hadestown tussen New Orleans jazz, folk, blues en een vleugje pop. Mitchells composities zijn melodieus zonder sentimenteel te worden, ritmisch gelaagd en toch direct toegankelijk. Het orkest – zichtbaar op het toneel als integraal onderdeel van het decor – zorgde voor een rauw en warm klankpalet, dat soms meer weg had van een intiem jazzconcert dan van een strak geregisseerde musicalscore.
Niet elk nummer is even memorabel en soms wringt de muzikale structuur die sterk leunt op tekst en verhaal. De muziek is hier dienend en dat voel je, maar er zijn parels, zonder twijfels. Het openingsnummer Road to Hell is een briljante setting van thema en toon. Wait for me – Orpheus’ lange roep naar Eurydice door de onderwereld – is ronduit roerend en wordt gedragen door een hypnotiserend ritme en een fraai oplopende spanningsboog. Het publiek reageerde van meet af aan enthousiast, en terecht: er zat vuur in deze voorstelling en dat sloeg over.
Licht, ruimte, ritme
De scenografie en de enscenering zijn strak, suggestief en vol symboliek. Het houten podium, de industriële trappen, rook en licht creëren een sfeer die zowel mythisch als modern aandoet. Het lichtontwerp verdient speciale vermelding: het verbeeldt zonder woorden de overgang tussen werelden, tussen zomer en winter, boven en onder. Eén scène – waarin Orpheus afdaalt naar Hadestown – is puur visueel theater van een schoonheid die je zelden ziet. Bewegende lichten, dans en muziek komen samen tot een hallucinerend beeld dat nog lang op het netvlies blijft hangen. Ook de choreografie – ogenschijnlijk los, maar uiterst strak geregisseerd – draagt bij aan het ritmisch karakter van de avond. Dansers zijn geen versiering, maar verbeelden arbeiders, schimmen, grenzen en krachten die groter zijn dan de mens. Alles is dienstbaar aan het verhaal.
Niet alleen voor musicalpubliek
Hoewel het onmiskenbaar een musical blijft – met een zekere nadruk op de tekst en minder op de melodische ontwikkeling – is Hadestown veel meer dan dat. Dit is theater dat appelleert aan hoofd, hart en zintuigen. Voor de liefhebber van opera is er de mythische gelaagdheid, de thematische rijkdom en de vocale kracht. Voor wie houdt van kamermuziek is er de finesse in de begeleiding, de live dynamiek en het warme timbre. Kortom: voor het klassieke muziekpubliek, dat soms huiverig is voor het Amerikaanse musical idioom, is dit de brug die uitnodigt tot oversteek.
Ritueel
De loftuitingen die Hadestown ontving in recensies van toonaangevende kranten en tijdschriften is terecht, maar eigenlijk zegt het nog niet genoeg. Wat op papier een ‘prijswinnende musical’ lijkt, is op het podium een ritueel, een verhaal dat we allemaal kennen, opnieuw verteld in klank, kleur en beweging. Een verhaal over hoop, over verlies, over de kracht van kunst – en over hoe moeilijk het is om te blijven vertrouwen als alles duister wordt.


